Mededingingsrecht en staatssteun
Mededingingsrecht
Mededinging is een ander woord voor concurrentie. En concurrentie houdt in dat bedrijven onderling met elkaar strijden om de kans om hun producten of diensten te verkopen. Daarbij mogen die bedrijven elkaar niet hinderen of een eerlijke mededinging vervalsen. Om de concurrentie te bewaken, is in 1998 de Mededingingswet in gevoerd, die gebaseerd is op de Europese mededingingsbepalingen. De Nederlandse Mededingingswet ziet erop toe dat bedrijven zich aan die wet houden.
De belangrijkste artikelen van de Mededingingswet beschrijven het verbod op kartels, het verbod op het misbruik van economische machtsposities en de grenzen aan concentraties. Het overtreden van deze verboden kan boetes opleveren tot maximaal 10% van de wereldwijde (groeps)omzet. Leidinggevenden kunnen persoonlijk worden beboet tot een maximum van € 450.000.
Eerlijke mededinging moet ook binnen de Europese Unie worden nageleefd. Hierover waakt de Europese Commissie. Het Europese mededingingsrecht bestaat al sinds de oprichting van de EEG met het Verdrag van Rome (1957). De Europese Commissie bewaakt de eerlijke concurrentie in de EU. De nationale mededingingsautoriteiten helpen daarbij. Het Europese mededingingsrecht heeft directe werking wat betekent dat ook Nederlandse rechters schending van de EU-mededingingsbepalingen mogen toetsen.
Staatssteun
Onder het Europese mededingingsrecht valt ook het verbod op staatssteun. Dit verbod houdt in dat (centrale en decentrale) overheden geen directe of indirecte financiële steun mogen verlenen aan één of een bepaalde groep van ondernemingen waardoor de concurrentie op de interne markt kan worden verstoord. De Europese Commissie is als enige bevoegd om staatssteun te beoordelen, en goed te keuren dan wel af te wijzen. Lidstaten van de EU zijn daarom verplicht om voorgenomen steunmaatregelen bij de Commissie aan te melden. Als staatsteun niet tijdig wordt gemeld kan de kortgeding rechter worden gevraagd de steun stop te zetten. Ook kan niet (tijdig) melden in het uiterste geval leiden tot de verplichting om de steun terug te vorderen.